De mannequins van alledag

Soms doen ze er pakpapier omheen en soms draaien ze de mannequin ook om. Maar als ik op maandagochtend naar mijn werk ga loop ik langs twee of drie grote modewinkels. En maandag is het paspoppen-aankleed-dag.

Een mannequin is ook net echt, en ze ziet er steeds beter en mooier uit. Ik kan het niet helpen maar ik vind het zielig voor die mannequin. Ze heeft al zo’n moeilijk leven. De hele dag moet ze stil blijven staan terwijl de hele wereld langs loopt. Hoe vaak staan de dames, of erger nog, de heren ze aan te staren? Hoe vaak moet ze niet denken; Mevrouw, de jurk die ik aanheb staat u niet. Het is niet uw maat en de kleur past ook niet bij uw ogen. Mijnheer, hou nou eens op naar me te staren, ik ben niet echt!


En als de klanten weg zijn komen de schoonmakers en de dames die de kleding weer recht moeten trekken. Terwijl er iemand met een dweil langs haar voetstuk gaat, staat de juffrouw van de kleding irritant aan haar jurk, broek of shirt te sjorren. Elke zaterdagavond wordt ze naakt, of in ieder geval bijna naakt, achtergelaten in de etalage. Tot er op maandagochtend eindelijk iemand ze weer komt aankleden.

Vrijheid heeft een mannequin natuurlijk ook niet. Welke kleding ze deze week gaat dragen, daar heeft ze niets over te zeggen. Niet over de kleur, maar ook niet over hoe modebewust of smaakvol de kleding is. Ze kan ook niet even een tip geven aan de etaleur, zoals, “Mijnheer, dat bloesje past niet echt bij die rok hoor, hebt u er niet een die iets donkerder is?

Met andere woorden, een mannequin is gewoon een soort robot. En net als de robot in de autofabriek moet ze maar doen wat er gezegd wordt. Alleen beweegt ze niet. En ze is ook niet, nog niet, verbonden met een computer die haar laat bewegen. Misschien heb ik de ontwerper nu op een nieuw idee gebracht.

http://www.hansboodt-paspoppen.nl/